De vier bouwstenen van je boete
Vier zaken samen bepalen wat je uiteindelijk betaalt voor een verkeersovertreding:
| Bouwsteen | Wat het is |
|---|---|
| Basisbedrag | Het wettelijk bedrag uit de Wegverkeerswet of de wegcode, afhankelijk van de graad (eerste tot vierde) of het specifieke artikel. |
| Opdeciemen | Vermenigvuldigingsfactor op de wettelijke geldboete. Sinds 1 februari 2026 is dat x10 (voordien x8). |
| Administratieve toeslag | Vaste bijdrage sinds 23/08/2021 voor de administratieve afhandeling, jaarlijks geindexeerd. |
| Snelheidscorrectie | Bij snelheid wordt de gemeten snelheid eerst gecorrigeerd: 6 km/u tot 100 km/u, 6% daarboven. |
Welke bouwstenen toegepast worden hangt af van hoe je dossier afgehandeld wordt: via een onmiddellijke inning (administratief) of via de politierechtbank (penaal). Hieronder leggen we dat verschil uit.
Administratief of voor de rechtbank: wat is het verschil?
De meeste boetes worden administratief afgehandeld via een onmiddellijke inning: 58 euro voor een eerste graad, 116 euro voor een tweede graad, 174 euro voor een derde graad, telkens plus administratieve toeslag. Betaal je, dan is de zaak afgesloten.
Betaal je niet, dan kan het parket een minnelijke schikking voorstellen, doorgaans 33% hoger. Wordt ook die niet betaald, dan kan een bevel tot betaling volgen (+35% bovenop de schikking), en uiteindelijk een dagvaarding voor de politierechtbank. Voor de rechter wordt het een penale geldboete, met de opdeciemen erop.
Waarom is je rekening soms x10?
De geldboetes in onze wegcode dateren grotendeels van decennia terug. Om hun afschrikkingsfunctie te behouden vermenigvuldigt de wet ze met de opdeciemen. Sinds 1 februari 2026 is die factor x10 (voordien x8). Dat geldt voor strafrechtelijke geldboetes uitgesproken door de politierechtbank, niet voor de onmiddellijke inning.
Een boete van 200 euro in de wet wordt zo 2.000 euro op je vonnis. Belangrijk: de datum van het FEIT bepaalt welke factor wordt toegepast, niet de datum van het vonnis.